De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

Helga van Leur

Helga van Leur

 "Wees de verandering die je in de wereld wilt zien".
- Mahatma Gandhi -

Pluimen en apps


"De enige zekerheid in een weersverwachting is de onzekerheid!"

Uit internationaal onderzoek is gebleken dat wij Nederlanders graag zaken onder controle willen hebben. Wij willen alles weten zodat we het kunnen sturen naar onze zin. Soms gaat die vlieger op. Niet voor niets geldt: Meten = Weten, Kennis = Kracht.

Maar soms zijn er zaken die niet met een paar knoppen te sturen zijn. Denk aan o.a. de economie, het consumentengedrag en het weer. Met de moderne smartphones van tegenwoordig heb je talrijke apps die jou een weersverwachting op maat geven. Maar hoe betrouwbaar is dat?

Om een goede weersverwachting te maken heb je een aantal ingrediënten nodig: de waarnemingen, een goed rekenmodel, krachtige computers voor de berekeningen, een goede nacalculatie voor de lokale situatie (dat noemen ze MOS = Model Output Statistics) en een interpretatie door een ervaren meteoroloog. En voldoende tijd om de nuances in plaats en tijd uit te leggen.

Modellen
Er bestaat geen ideaal model die altijd goed scoort (of je moet Doutzen Kroes heten). Onze atmosfeer is daarvoor te complex. Een model is per definitie een vereenvoudigde weergave van de werkelijkheid. Je mist dus details. Die werkelijkheid kun je op verschillende manieren weergeven, dus krijg je diverse weermodellen met verschillende randvoorwaarden.

Er wordt een aantal keuzes gemaakt in:
- Resolutie (hoe nauwkeurig ga je een gebied berekenen). Hoe beter de resolutie, hoe meer rekentijd nodig. Een foto van 2700x1800 pixels heeft meer geheugenruimte nodig dan eentje van 300x200.

- Bereik (neem je alleen de Noordzee, Europa of de hele wereld). Hoe groter je gebied, hoe lager de resolutie in je model moet zijn om de rekentijd binnen de perken te houden. Als je een klein gebied pakt, kun je nauwkeuriger berekenen, maar het beperkt je meteen in de tijd waarmee je vooruit kunt kijken. Weer van een paar dagen vooruit komt honderden tot soms duizenden kilometers bij ons vandaan. Er wordt wel eens gezegd: Canada is de kraamkamer van ons weer.

- Tijd (kijk je een paar uur vooruit, een paar dagen, een paar weken of een heel seizoen). Hoe verder je vooruit kijkt, hoe groter de kans is dat een weersverwachting niet blijkt te kloppen. Een kleine verandering die over het hoofd is gezien in het begin, kan tot een hele andere uitkomst leiden. Voor de eerste uren zal dat nog wel mee vallen, maar dagen verder geeft dat wel ander weer. Laat staan dat je weken of maanden vooruit wilt kijken. Dan gaan andere zaken een rol spelen zoals bijv. lange termijn verschijnselen in atmosfeer en de oceaan, ijssmelt in Groenland, langdurige droogte of hitte bij aanvang van de berekening. Dan kom je meer op het terrein van klimaat.

Apps
Met de weersverwachtingen in de apps loop je tegen de beperking aan dat het vaak één rekenmodel is met een grovere resolutie, die gratis of voor weinig te koop is voor de weerprovider die de app invult. En misschien wel het belangrijkst: er heeft geen meteoroloog naar gekeken. Nu klink ik als een bakker die zijn eigen gebak aanprijst of "Wij van WC-eend adviseren WC-eend". Maar ik kan het uitleggen.

Weermodellen geven een uitkomst voor bepaalde tijdstippen (bijv. 00 GMT en 12 uur GMT). Daartussenin moet je interpoleren voor de andere tijdstippen. Het kan regenen volgens het model om 00 en 12 uur, maar tussen 2 en 10 uur kan het droog zijn. Dat zie je dan niet. Sommige modellen geven ook tijdstippen voor om de 6 of om de 3 uur. Dan kom je al dichterbij, maar dan krijg je nog het probleem van locatie. Een weermodel kan niet voor elke vierkante meter een verwachting geven, dus komen er roosterpunten uit (bijvoorbeeld elke 32 kilometer). Daartussenin kan het weer dus anders zijn, zeker als het landschap veel variatie biedt op korte afstanden. Een meteoroloog geeft dan een waardevolle aanvulling en een interpretatie van de betrouwbaarheid.

Pluim
Nu kun je ook met één weermodel gaan variëren om die onzekerheid in kaart te krijgen. Daarvoor wordt de Ensemble gebruikt (EPS = Ensemble Prediction System), in volkstermen 'de pluimverwachting'. Die naam Pluim komt van de uitwaaierende lijntjes naar mate de tijd vordert. Het lijkt op een rookpluim. Sommigen associëren het met spaghettislierten en noemen het de spaghetti-verwachting.

Het KNMI gebruikt de ECMWF verwachting (een Europees weermodel bekostigd door de lidstaten). Daarbij wordt de operationele ECMWF verwachting (de eigenlijke weersverwachting met label T1279, roosterpuntsafstand ~16km) herhaald met 51 verwachtingen met een model met lagere resolutie (met label T639, roosterpuntsafstand ~32 km). Daarmee wordt rekentijd bespaard, maar kun je wel zien hoe anders een verwachting zou uitpakken als er een kleine variatie is in de begintoestand.

Ieder van die verwachtingen heeft een licht verstoorde begintoestand, om het effect van onzekerheden in die begintoestand te simuleren. Bijvoorbeeld een kleine afwijking in temperatuur, in luchtdruk, in straling. Iedere individuele modelberekening geeft zijn eigen verwachting voor temperatuur, luchtdruk, neerslag, 2m temperatuur, windsnelheid. Ook de operationele verwachting wordt met een lagere resolutie berekend (dat heet de controlerun). Dan kun je het verschil zien tussen dezelfde uitgangsituatie berekend met een grover en met een fijnmaziger model. Overigens als computers weer sneller worden, wordt de resolutie verbeterd. Vroeger hadden we 32 km roosterafstand, nu 16 km, over een paar jaar wordt die afstand weer kleiner. Dus de controle run is de vroegere operationele run.

De uitkomsten van de pluim geeft verwachtingen voor neerslag, 2m temperatuur en windsnelheid in 1 roosterpunt (de Bilt). Hier zie je een voorbeeld met de meest recente pluim: http://www.buienradar.nl/pluim

De rode lijn: de operationele T1279 ECMWF verwachting (roosterpuntafstand 16 km) (de eigenlijke weersverwachting)
De blauwe stippellijn: de onverstoorde T639 verwachting (roosterpuntafstand 32 km) (ook wel controlerun genoemd)
De groene lijntjes: de 50 verstoorde T639 verwachtingen (roosterpuntafstand 32 km)
De bruine stippellijn: het ensemble gemiddelde (geeft een stabieler beeld dan wanneer je alleen de rode of blauwe lijn zou volgen)

Het KNMI geeft ook een pluim voor 10 dagen op zijn site en die laat nog iets extra’s zien bij de temperatuur. Klik voor meest recente pluim bij KNMI http://www.knmi.nl/exp/pluim/
De bruine bolletjes : de zogenaamde GIDS-verwachting, afgeleid op basis van o.a. de operationele verwachting, het ensemble gemiddelde, en -statistisch- gecorrigeerd voor de systematische fouten.
MOS= Model Output Statistics. Tn=Minimum temperatuur. Tx=Maximum temperatuur.

Duidelijk is te zien hoe de onzekerheid in de verwachting groter wordt naarmate de voorspeltermijn toeneemt. Je kunt vervolgens een vertaalslag maken naar andere regio's in ons land, maar het is dus onzin om het letterlijk te vertalen naar één specifieke plaats.

Betrouwbaarheid
Dus geeft een app een betrouwbaar weerbeeld? Nee. Zeker wat verder vooruit is het een schijnzekerheid. Maar als de app niet blijkt te kloppen, dan kun jij wel raden wie er dus 'naast zat' met de weerverwachting? Juist ja, de boodschapper van het echte weerbericht ;-) Ach, het went. Maar jij weet nu hoe de vork in de steel zit en wat voor complex verhaal erachter zit!

Dit laatste plaatje met dank aan collega Peter Timofeeff

(Media)Koorts


"Koorts, ook wel bekend als febris of pyrexie, is een verhoging van de gangbare gemiddelde kerntemperatuur van het lichaam. Koorts is het gevolg van een verhoogde instelling van de interne thermostaat en is meestal het directe of indirecte gevolg van een bacteriële of virale infectie of vergiftiging." (bron: http://www.gezondenzo.net/wat-is-koorts-en-waar-is-koorts-goed-voor/)

Zodra de winter nadert, stijgt de spanning. Wanneer gaat het sneeuwen? Op alle kerstkaarten wordt sfeer gecreëerd met sneeuw. Het schijnt erbij te moeten horen. Heerlijk voor de kids om te sleeën en met de sneeuw creatief te bouwen. Een nachtmerrie voor mensen die slecht te been zijn. Garantie voor files en ongelukken. Werk aan de winkel voor de schuif- en strooiploegen.
Wanneer gaat het dan vriezen? En duurt dat lang genoeg om te kunnen schaatsen? Ik weet niet waar de schaatskoorts als eerste oploopt… Bij de weerbureaus die het zien aankomen op de lange termijn verwachting of de media die er met alle liefde meteen een hype van maakt?

Januari 2013 leverde prachtige voorbeelden op van mediakoorts. De eerste 10 dagen waren zacht. Zachter dan normaal voor de tijd van het jaar. Zowaar verscheen op de weerkaarten op de lange termijn een situatie die kon leiden tot een weersomslag. Rond 10 januari stond het begin van de vorstperiode gepland. Volgens sommige weerbureaus kon er met een paar dagen al worden geschaatst! Maar je voelt al aan je water dat na zo’n lange warme periode het water natuurlijk nog veel te warm was. Met gunstige omstandigheden heb je minimaal een week nodig om ondergelopen weilanden veilig schaatsbaar te maken. Twitter ontplofte: schaatsweer! Let wel: nog voor de eerste vorst een feit was! De media sprong er happig op en er werd gespeculeerd over de eerste marathon op natuurijs. Beelden van malloten die letterlijk over één nacht ijs zich waagden op ondergelopen polders werden breed uitgemeten in de media. Hoe scheef kan de berichtgeving zijn? De schaatskoorts sloeg toe.

Toen trad Vadertje Vorst echt in. 13 januari hadden we de eerste ijsdag te pakken (in De Bilt komt de maximumtemperatuur dan niet boven het vriespunt uit). Maandag 14 januari kwamen de eerste sneeuwbuien in het westen van het land en tot en met dinsdag 15 januari sneeuwde het. In het noordoosten viel niets, in het midden tot circa 7 cm en rond Den Haag lokaal tot 20 cm in 24 uur tijd. Die beruchte dinsdag liep het verkeer volledig vast (1000 km file, met TomTom-meldingen erbij op de lokale wegen meer van 4500 km!). Records werden gebroken! Nederland was ondanks de waarschuwingen verrast. Het was vooral de sneeuwval tijdens spitsuren en dan vooral in de Randstad. Bingo! En wéér beheerste het weer alle nieuwsberichten.

De nacht van 16 januari was helder, weinig wind en een sneeuwdek: het kwam tot -18,0°C in Herwijnen!
Toen gingen alle remmen los. Wanneer halen we een koudegolf? Dan moeten er 5 ijsdagen zijn (in De Bilt), waarvan 3 met minimumtemperatuur onder de -10,0°C. Vanwege de regels van het WMO (World Meteorological Organisation) is de minimumtemperatuur de laagste gemeten temperatuur tussen 00.00 UTC en 23.59 UTC. Dus in de winter bij ons tussen 01 en 01 uur lokale tijd ‘s nachts. Als het om 00.59 uur -10.1°C is en om 01.01 uur nog steeds, hebben we meteen 2 dagen met minimumtemperaturen onder de -10°C te pakken. Ook al zit er maar een paar minuten tussen. Deze nacht werd het pas na 01 uur onder de -10 en werd de minimumtemperatuur net na zonsopkomst gemeten. Een aanstaande koudegolf leek een zekerheid en Twitter ontplofte wederom!

Na een paar dagen vorst was er (uiteraard!) nog nauwelijks schaatsijs. Lees meer →

Voorspellen mollen winterweer?

"Ziet men in Januari veel mollen, dan laat de winter niet met zich sollen"

Met dank aan Clemens van Rijthoven - januari 2013

Een vraag die velen bezighoudt elk jaar: Ik zie zoveel molshopen? Komt er dan een strenge winter? Sommige volkswijsheden wijzen daar wel op. Maar dat valt nog te bezien.

Zeker is wel dat de natuur zelf geen enkele voorspellende waarde kent op welk seizoen dan ooit. De natuur reageert op het verleden en verder niets. De 'voorspellende waarde' die wij dan toekennen aan muizen, eikels, noten en mollen komt enkel en alleen doordat we niet goed waarnemen. Soms is dat logisch want bij mollen gebeurt veel ondergronds.

Juist in deze tijd van het jaar kan de grondtemperatuur enorm verschillen. De ene keer zit de vorst diep in de grond en het andere moment is de temperatuur 8 graden boven nul, zoals nu het geval is. Alles wat maar wil kruipen in de grond zit dicht aan het oppervlak. Mollen die daar op jagen ook. En mollen eten heel wat af op een dag. Nu zien mensen soms veel molshopen en denken dan ook dat er veel mollen zijn. Maar dat is niet zo.

Een mol heeft een territorium zo groot als een flink weiland. Daarin heeft hij of zij een gangenstelsel waar die als een torpedo doorheen schiet. Wel zo hard als een galopperend paard! Soms moet hij even in zijn achteruit. Geen probleem want zijn huid kent geen vleug. Je aait hem net zo makkelijk vooruit als achteruit. Daardoor waren mollenvelletjes erg geliefd vroeger.

Als een mol vlak aan de oppervlakte zijn gangen graaft noem je dat een rit. Soms zie je die gangen als een ruggetje zand gewoon ontstaan. Er ontstaan dan veel kleinere hopen. Dat wil nog helemaal niks over de winter zeggen. Het kan twee dingen betekenen: het is ruim boven nul in de grond of de grondwaterstand is erg hoog! Ook dat is nu op sommige plaatsen zeker het geval.

Maar hoe zit het dan met een komende winter? Vlak voordat een vorstperiode zich aandient gaat de wind meestal naar het noordwesten over de noord naar het oosten. Tijdens die draaiing vindt aanvoer van koudere neerslag plaats. De bovenlucht koelt af. Neerslag als hagel en natte sneeuw komen eraan. Zolang het niet vriest zakt die koude neerslag de grond in. Alles wat eetbaar is voor de mol, gaat mee dieper de grond in. Wormen houden niet van kou. De mol zal meemoeten en gaat diepere gangen graven en legt instinctief voorraad kamers aan voor barre tijden. Daardoor graaft hij naast gangen ook holtes uit. Dat geeft enkele hele grote hopen aan het oppervlak.

Voordat de echte winter invalt zie je vaak van die grote hopen in je tuin of weiland. Zo zie je dat de mol gewoon zijn voedsel achterna gaat en reageert op de koude neerslag die er op dat moment is. Of het wel of niet gaat vriezen? Daar weet de mol niks van. Als het na een week weer warmer wordt zie je de mol weer een zo vrolijk kleine hoopjes maken.

Soms kan het gebeuren dat een winter snel invalt. Dat is voor de natuur funest. De wormen krijgen amper de kans om dieper de grond in te zakken en mollen raken onderkoeld en gaan dood. Zeker als dan ook nog eens het grondwater erg hoog staat.
Extreme wendingen als gevolg van de klimaatsveranderingen snijden veel harder in de natuur dan je op het eerste gezicht zou zeggen. Ook de natuur kent schommelingen en herstelt zich uiteindelijk wel. Met het ene jaar meer mollen dan het andere. En die mollen laten niet met zich sollen!  "Wroetende mollen geven regen". Spreek dat maar eens tegen!
 

Functionele kleuren in de natuur

Met dank aan Clemens van Rijthoven - november 2012
 
In de herfst is de natuur prachtig met al die kleurschakeringen. Heeft u er weleens bij stilgestaan dat we kleuren alleen maar kunnen zien omdat de zon schijnt? Nu denken wij dat we alle kleuren kunnen zien, maar dat is niet zo. Een deel van het zonlicht is voor ons onzichtbaar. Dat deel wat wij wel kunnen waarnemen, noemen we het zichtbare licht.


Wit licht bestaat uit alle kleuren samen. Op het moment dat dat witte licht gebroken wordt door een glas, een prisma of een regendruppel zien we de kleuren afzonderlijk. De kleuren van de regenboog zitten dus verborgen in wit zichtbaar zonlicht.

Kleuren spelen een belangrijke rol bij de voortplanting in de planten- en dierenwereld en dat gaat soms veel verder dan op het eerste zicht. Een prachtig voorbeeld in de plantenwereld is de kardinaalsmuts. Een mooie maar giftige struik. In dit geval heeft de naamgeving te maken met het uiterlijk van de plant. Grote delen van de bevolking konden vroeger niet lezen of schrijven en dan zijn uiterlijke kenmerken een goed geheugensteuntje. In andere landen rondom ons heen heet de plant totaal anders. In het Engels heet de plant: spindletree. Het hout van de stammetjes bleek prima geschikt te zijn om klosjes te maken voor het spinnewiel. Houten breinaalden waren ook vaak van kardinaalsmutsenhout. Op dit moment hangen de gele besjes aan de struik. Ja dat komt wel meer voor zult u zeggen. Maar de kardinaalsmuts, Euonymus voor de kenners, heeft daarbij iets bijzonders. Rond deze tijd splijt de paarsroze doosvrucht open en de gele bessen hangen eronder. Dat maakt de kardinaalsmuts zo speciaal. Want we hebben hier te maken met complementaire kleuren. Dat zijn kleuren die elkaars tegengestelde zijn. Het gele besje lijkt feller van kleur te zijn door de paarse omgeving. Heel bijzonder en daardoor hebben de besjes een grote aantrekkingskracht op vogels. Kijk ook maar eens naar rozenbottels. Ook daar zie je de combinatie rood-groen. Daardoor vallen de rozenbottels eerder op. Lees meer →

Zomers gezoem...

Wat is het meest irritante (zomer)geluid? Juist ja: "Zzzzzzzzzzzzzzzz...."

Met dank aan Clemens van Rijthoven -  augustus 2012
 
Ken je dat? Je zit lekker buiten na te genieten van een heerlijke zomerdag in je zomerkleren. Ineens krijg je gezelschap van muggen. Of je zet 's avonds de ramen open om te koelen en te luchten. 's Nachts ontdek je dat er meer binnen is gekomen dan alleen frisse lucht. Menig vakantie is verziekt door steekbeesten. Afgelopen zomer vierden we vakantie in een prachtig oud huis in de Ardèche. Overdag alles dichtgehouden, geen water in de buurt, maar de volgende ochtend zaten we alle vijf onder de jeukende muggenbulten. We hebben de 'Pharmacia' platgelopen! Uiteindelijk brachten de gifspuitbussen uitkomst, maar gezond kan dat nooit zijn!  

Afgelopen nachten was het weer raak. Ondanks horren waren er meer gasten in de slaapkamer dan alleen mijn echtgenoot. Waarom stikt het nu zo van de muggen? De zomer loopt toch op zijn einde? Dat heeft te maken met het weer en met de dieren die muggen op het menu hebben staan. Wat helpt wel en niet tegen de muggen? Mythes en Feiten. Lees meer →

Saharazand happen

 Met dank aan Tijmen de Boer
 
Donderdag 28 juni werd het opnieuw lekker warm. De verwachte onweersbuien bleven uit, maar de volgende ochtend waren auto's, kliko's, tuinmeubilair en ramen bedekt met een laagje gelige stof. Stuifmeel of Saharazand? Het bleek stof uit de Sahara te zijn, neergedwarreld en uitgeregend met het 's nachts gepasseerde koufront. 

Er zijn verschillende typen zandstormen. Ze komen voor in alle delen van de Sahara en ze hebben diverse namen. In Libië is het Ghibli, ook wel Sirocco genoemd. Hij komt uit het zuiden en waait door tot aan de Alpen. In Egypte waait vaak dagenlang de hete en kurkdroge Khamsin. Harmattan is de zandstorm die in perioden van acht maan­den aan de zuidrand van de Sahara waait. Hij kan een gebied van 6 miljoen vierkante kilometer beslaan. De term zandstorm is echter een vrij ruim begrip en vaak wordt het in dramatische reisverslagen fou­tief gebruikt. Stofstormen komen veel vaker voor.

Op dit punt is het noodzakelijk zand en stof te onderscheiden vol­gens de classificatie van woestijnwetenschappers. Een zandkorrel heeft een diameter tussen 0,2 en 2 mm, een stofpartikel tussen een paar honderdsten en 0,2 mm. Aangezien stof veel fijner is dan zand, krijgt de wind er gemakkelijk vat op; er ontstaan zelfs al bij matige wind­snelheden enorme stofstormen. Deze stofstormen vormen een van de indrukwekkendste en tegelijk meest schrikaanjagende verschijnselen van de Sahara. Zij duiken plotseling op aan de horizon als een gigan­tische, tot 3000 meter hoge en ondoordringbaar lijkende wals. Lees meer →

Feiten en Fabels over Donder en Bliksem

"Eichen sollt man weichen und Buchen sollt man suchen". 

Onweer is altijd gevaarlijk! Zeker in het open veld. Je weet nooit wanneer de bliksem ergens inslaat. Volgens de Amerikaanse weerdienst kan er 16 km verschil zitten tussen de regen en de inslag. Dus zodra je de donder hoort, is het al gevaarlijk buiten.

Om te bepalen hoe ver de bliksem verwijderd is, kan men het aantal seconden tellen tussen het zien van de bliksem en het horen van de donder. Elke 3 seconden staat voor ongeveer 1 km afstand.

De bliksem zelf is al een groot gevaar voor de omgeving vanwege de enorme snelheid waarmee de bliksem kan inslaan. Aan de helwitte kleur soms voor het oog tegen het blauwe aan geeft aan dat de bliksem een hele hoge temperatuur heeft die kan oplopen tot wel 30.000 graden, veel heter dan de oppervlakte van de zon.


In het midden het aantal keren onweer per jaar.

Vrijwel alle dingen geleiden stroom beter dan lucht dat doet. Daarom zal de bliksem bij voorkeur via bijvoorbeeld bomen en hoge gebouwen stromen. Ook ijzeren hekwerken of water zijn goede geleiders. De blikseminslag veroorzaakt echter ook een gevaar door het potentiaalverschil in de grond (dus zodra jouw voeten of de poten van vee iets uit elkaar staan, is er potentiaalverschil en kun je getroffen worden via de grond). Lees meer →

Wist U dat ... ?!

Wind doet roofvogels wiekelen, Regen kunnen ze niet tegen. 

 Met dank aan Clemens van Rijthoven - 6 juni 2012

Langdurige regen is funest voor roofvogels. Zelfs midden in de zomer kunnen torenvalken bijvoorbeeld, het loodje leggen doordat ze niet op jacht kunnen. Ze zijn volledig afhankelijk van hun verenpak en in tegenstelling tot eenden bijvoorbeeld hebben ze geen vet op de veren. In de regen worden ze net als wij doornat. Dan houden ze zich schuil in struiken en hun nest of broedplaats. Vleeseters hebben een hele snelle spijsvertering en hebben dus veel muizen etc. nodig om te kunnen overleven. Zeker in de tijd van het grootbrengen van jongen gaat het niet goed als we dagenlange regen hebben.

Bovendien sporen roofvogels muizen op door sporen van urine in de buurt van muizennesten. Die urine kaatst ultraviolet licht terug en geeft precies aan waar er muizen kunnen zitten. Daar helpt de regen ook niet bij. Dat muizen hoofdzakelijk nachtdieren zijn, is niet geheel waar. Ook overdag zijn ze actief en vooral in de schemering zijn muizenvangers actief. Daarnaast eten roofvogels ook kuikens.

Na perioden van regen zitten torenvalken vaak op een paaltje omdat ze de energie niet meer hebben om te wiekelen. Bidden noemen we dat ook wel. Maar dat is eigenlijk een foute vertaling vanuit het Engels naar het Nederlands.
Wiekelen kost in feite weinig energie en het meeste werk doet de wind. De valk stuur enkel bij. Zo kun je precies zien waar de wind vandaan komt. Buizerds wiekelen ook! Maar dat zie je maar zelden. Ze zijn te zwaar om bij zwakke wind in de lucht te hangen. Pas vanaf windkracht 4 is de wind sterk genoeg om de buizerd in de lucht te houden. Dat doet hij graag in de buurt van houtwallen en bosjes. Een tijd gaat hij wiekelen en jagen en eenmaal beet vliegt de buizerd achter de bossen en haalt daar zijn prooi uit elkaar.

Roofvogels worden ook wel eens stootvogels genoemd. Dat zou vriendelijker klinken. Welke soorten roofvogels in Nederland leven, vind je hier. En als je wilt weten hoe ze eruit zien, klik je hier.
Valken storten zich vanuit de lucht storten neer op een slachtoffer. Buizerds, haviken en sperwers jagen vanuit een hinderlaag vlak boven de grond. Hun slagpennen zijn veel soepeler zodat ze tot ver in struikgewas hun prooi kunnen pakken. Na een aanval zien ze er niet uit, schudden hun veren weer even recht en alles zit weer superglad. Altijd weer mooi om te zien.

Voor de roofvogels is het te hopen dat de Atlantische depressiecarrousel waar we nu inzitten snel tot een einde komt. En dat de Europese Moesson niet weer de hele zomer voort duurt! Voor de 14 daagse regenverwachting ('pluim') klik je hier.


Meer weergerelateerd natuurnieuws lezen? Bijvoorbeeld: 
- "Als de bijen naar huis vluchten, is zwaar onweer aan de luchten"
- Vogels voorspellen het weer
- Zonnetijd, kerktorentijd
- Bloemen hebben thermostaat
- Kikker gebruikt zonne-energie

Nieuwsgierig? Kijk verder:
Lees meer →

Wereldstatistieken

dag/nachtlicht
mensen op aarde