De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

Helga van Leur

Helga van Leur

 "De betekenis van ons leven ligt in het verschil
       dat we maken in de levens van anderen."
- Nelson Mandela -




Expeditiedag 2

De terugtrekkende ijskap

Vandaag vliegen we naar Kangerlussuaq. We krijgen een volle zware rugzak mee. Dat is even wennen. En dan heb ik zelfs nog opladers en kleding achtergelaten in Kopenhagen. Blijft zwaar die tas. Bij de gate ontmoeten we een onderzoeker uit Groningen. Hij had bij RTL gehoord dat we naar Groenland gingen. Zelf ging hij promotieonderzoek doen naar Groenlanders in Denemarken en hun in Groenland achtergebleven familieleden. Hij heeft ons de eerste twee woorden Groenlands geleerd. 'Aap' en 'Suu', en dat betekent allebei ja.

Het vliegtuig is opvallend groot en ik kom bij toeval op een raamplaats (jippie!). De buurman had mijn gangplek geconfisceerd en wist al aardig wat te vertellen over andere zaken in Groenland. Hij ging naar het uiterste noordwesten, naar een Amerikaanse basis, als ingenieur klussen aan een 'powerplant'. Hij vertelde dat er vroeger een Nederlandse nederzetting met walvisvaarders in het zuiden zat. Op de kaart vind ik een plaatsje Julianahag. Betekende volgens hem Juliana’s hoop, een verwijzing naar onze oud koningin.
Aanvliegend op Kangerlussuaq klaart het op en zie ik de ijskap liggen. Snel foto's schieten. Als enige internationale airport van Groenland hebben ze welgeteld 1 gebouw: vertrekhal, aankomsthal, restaurant, lokale bar, hotel en conferentieruimte in één. We ontmoeten onze gids, de IJslander Gummi. En hij krijgt gaandeweg de naam Gummi (polar) Bear. Hij reist 200 dagen per jaar op gletsjers in IJsland en Groenland en vindt het leuk zo'n enthousiaste groep als de onze te gaan begeleiden. Heb ter plekke mijn rugzak 4 keer opnieuw moeten inpakken omdat het gewicht niet goed verdeeld bleek te zijn. Iedereen krijgt ook veel gemeenschappelijke spullen mee. Waaronder de sleeën, expeditievoedsel, tenten, kookgerei, de ter plekke ingeslagen wasbenzine (mag niet mee in het vliegtuig).

Met een soort bouwkeet op hoge wielen werden we naar Point 660 gebracht. Het bleek de langste weg van Groenland te zijn, 45 kilometer, maar je kunt het amper een weg noemen. Het is erg hobbelig, veel stenen en gaten/ gelukkig heeft de wagen een goede vering. Onderweg een poolvos gezien, brokstukken van een in 1953 neergestort vliegtuig, een poolhaas en ijsblokken op de weg.
Die bleken van een overstroomd meer te zijn. Tien dagen eerder hebben ze een vloed gehad. Het vele smeltwater in het meer had het ijs omhoog geduwd en het meer was er onderdoor weggelopen. Het meer was nu voor 90% leeg. Dit is de afgelopen 4 jaar 3 keer gebeurd. Vroeger kwam het ook wel voor, maar veel sporadischer, eens in de 10 tot 20 jaar.

Op Point 660 moesten we eruit, het einde van de weg. De naam verwijst naar de hoogte, 660 meter op het eindpunt van de weg, bij de aanleg in 2000. Inmiddels is dat punt nog maar 580 meter hoog. Vroeger begon daar de ijskap, nu moeten we nog een paar honderd meter lopen door achtergelaten puin van de gletsjer. Eenmaal op het ijs beland is het aardig balanceren, het is best glad, we hebben alleen onze gewone bergschoenen nog aan. Ik ben een paar keer weggezakt op dun ijs waar water onderdoor liep. Dat betekent natte, en dus ijskoude voeten!!!!!!

Na twee uur lopen vonden we een plek om het basiskamp te maken. Het was best koud, het vroor net niet, maar er stond wel een ijzig windje. Het was wat stuntelen om de tenten op te zetten op een gladde ondergrond zonder gebruiksaanwijzing. Daarna moesten we ijs zoeken om te smelten en daarmee konden we het avondeten gaan maken. Dat was mijn eerste kennismaking met expeditievoedsel. Je mengt poeder met water en je hebt zowaar een smakelijke maaltijd. Of ik dat thuis ook nog zou vinden, betwijfel ik, maar hier veranderen je zintuigen en is alles anders.

Het is te koud om lang buiten te blijven, dus om acht uur duikt iedereen zijn bed in. Ik probeer mij in een soort warme slaapzak te worstelen. Daaronder ligt een dun thermomatje wat in principe de kou van het ijs tegen moet houden. maar het matje is vrij smal en je glijdt er snel vanaf. Gelukkig gaat mijn slaapzak volgens het labeltje tot min 40. Toch voel je het meteen als je naast het matje terecht bent gekomen. Door de harde ondergrond heb ik wat onrustig geslapen, ik ben blijkbaar een zijslaper, maar dat houd je niet lang vol op zo'n dun matje. Op je rug trouwens ook niet, maar ik ben doodmoe en val vrij snel in slaap. Ik heb het 's nachts nog wel even horen
regenen, hier en daar overstemd door het gesnurk uit de buurtenten, ondanks mijn oordopjes.

Wereldstatistieken

dag/nachtlicht
mensen op aarde