De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

Helga van Leur

Helga van Leur

 "De betekenis van ons leven ligt in het verschil
       dat we maken in de levens van anderen."
- Nelson Mandela -




Expeditiedag 4

IJsmeren en IJsmuren

De 2e nacht kamperen op het ijs zit erop. Het was de koudste nacht van de expeditie met op de thermometer -8 °C, maar met de wind en de heldere hemel was de gevoelstemperatuur -20°! Het kamperen op zich went. Een beetje, dan. Het blijft behelpen met de kou. Het valt me op dat we lang hebben geslapen (tot 9 uur!). Het voelt niet zo, maar wellicht komt dat omdat je ’s nacht zo vaak wakker wordt. De thermomatjes liggen vrij hard, de spieren zijn flink gebruikt en zowel op de rug, de zij als de buik ligt het nooit lang lekker. Dus slaap je erg onrustig.

Voor het expeditieontbijt moet heet water gemaakt worden. Dat doe je door vloeibaar water uit de beek te verhitten, zo nodig aangevuld met wat sneeuw of ijs. Alleen zijn alle beekjes door de kou bevroren. Met alleen ijs kom je er ook, maar dat kost meer energie en tijd om de klus te klaren. Ach, we hebben de tijd. Het kamp was in elk geval goed beloopbaar, want onze ijzers hadden veel kleine gaatjes gemaakt en dat voorkwam gladheid.

Na het ontbijt moest alles ingepakt worden voor de hike naar de volgende slaaplocatie. Dat is ook al een expeditie op zich. De grote slaapzak, de donzen jas, de thermomat, de tenten…. Allemaal moesten ze weer in piepkleine hoezen worden gepropt en gevouwen. Maar welke hoes hoort waarbij? Ze zien er allemaal te klein uit. Ik heb geen flauw idee waar ze bij horen, ik probeer maar wat. Uiteindelijk zit alles weer in de rugzak en met volle bepakking lopen we terug naar Point 660 (daar eindigt/begint de weg naar de bewoonde wereld aan de rand van de ijskap). De vlakke dalen blijven verleidelijk om even over te steken, maar menigeen zakt uiteraard door het dunne ijs wat eronder ligt! Dit keer hebben we de mazzel dat het waterniveau erg laag ligt. Het percentage natte voeten valt daardoor mee, maar het blijft lastig lopen.

Het is goed zichtbaar dat de ijskap niet meer de omvang heeft van jaren geleden. Toen heeft Audi nog een race gehouden op de ijskap en liep de weg meteen over in het ijs. Nu zit er een grote puinberg tussen en een vallei met puin, rotsen, zand en watertjes. We moeten over het puin achtergelaten door de terugtrekkende gletsjer weer naar de weg, maar het pad van een paar dagen terug is alweer verlegd. De plek waar ik op de heenweg nog bijna in de afgrond stortte is nog smaller geworden en na vandaag helemaal niet meer bruikbaar, vrees ik.

We mogen de bagage droppen bij Point 660. Van daaruit lopen we zonder bepakking naar het leeggelopen meer. Het terrein is begroeid met een soort heideachtige planten. Soms drassig, maar vooral ook oneffen terrein. Waar 10 dagen geleden nog water lag, is het soms heel modderig en drassig. Ik zak weg ik iets wat lijkt op drijfzand! Gelukkig kan mijn reisgezel mij op tijd eruit trekken, maar mijn schoenen zitten tot over de enkels onder de drab. De bodem van het leeggelopen meer is een afwisseling van ijsblokken, rotsen en zand/modder…. Uit de wind is het goed warm! Alle jassen en ritsen gaan open, maar zelfs dat koelt weinig. Eenmaal bij de ijswand in de schaduw is het weer berekoud.

Tijd voor uitrusten was er niet: de bus naar de volgende slaapplek wachtte. Dus weer terug over het onregelmatige terrein. Ik merk dat ik moe ben en dat ik veel van mijn lijf vraag. Mijn spieren draaien overuren en af en toe doe ik een schietgebedje dat ik geen enkels of knieën breek. Al met al twee en half uur gelopen: dat voel ik aan mijn voeten! Ben afgepeigerd. In de bus (nou ja, een soort kleine vrachtwagen omgebouwd voor toeristentransport), achter het raam in de zon is iedereen muisstil. Allemaal beetje rozig, bijkomend van de trip.  Mijn voeten tintelen, mijn huid gloeit. Denk niet dat ik verbrand ben dit keer, want ik heb mij vanochtend met zonnebrand ingesmeerd. Het zal de inwendige hitte zijn na de sportieve inspanning.

Na een kwartiertje in de bus werden we er weer uitgezet. Pfoeh… ben nog amper bekomen. We moeten met volle bepakking gaan lopen naar de kampeerlocatie: ongeveer een uur verderop! De skistokken moeten het lopen iets vergemakkelijken. Mijn knieën doen zeer, mijn voeten willen een massage en mijn spieren voelen zwaar. Ik geef een van mijn skistokken aan Reinoud, die last heeft van zijn rug. Doorbijtend beklimmen we de laatste heuvel. Frank gaat zelfs nog een keer de heuvel af om de rugzak van de Canadese weervrouw over te nemen. Zij zat er echt doorheen. Heel dapper en attent van Frank!

Maar na die heuvel kwam de beloning!  WOW…… Als Japannertjes staan we driftig het uitzicht te fotograferen: een enorme gletsjermuur van ijs, met een vette, blauwe (dus verse!) scheur. Dat is Russell Glacier! Grijze (oude) ijswanden, witte (verse) ijsbrokken, blauwe scheuren met de wiggen er nog tussenin. Het geklik van de camera’s overstemt bijna het geluid uit de gletsjer: variërend van het knappen van iets wat op spanning staat, het gerommel (als bij bliksem) van scheurende ijsplaten en het donderend geraas van stukken ijs die van de wand afbreken. WOW.

Waar het kamp moet komen dropt iedereen snel zijn spullen om vervolgens gauw de omgeving te gaan verkennen. We mogen niet te dicht bij de wand komen. Als er toevallig net een stuk afbreekt, kan dat tot ver door stuiteren en iemand verwonden. De ondergrond is zacht. En warm vergeleken met het ijs. Bij het opzetten van de tenten besluit ik dapper dat ik vandaag wel in de bivakslaapzak buiten ga overnachten. Eerst het eten prepareren en gezellig ‘natafelen’ op de comfortabele relatief warme ondergrond. Dat was andere koek dan die harde, koude ijskap. Meteen komen de echte gesprekken op gang en vooral ook de wilde ideeën om krachten te bundelen. Het gezelschap bevat weermensen, directeuren uit het bedrijfsleven, ondernemers, organisatoren en cameramensen. Met allen één passie: duurzaamheid.

Ondanks de betere omstandigheden heb ik het vooral koud. Nu is dat bij mij vaker ’s avonds na sportinspanningen, maar dit is wel heftig. Ik ben de enige die met alle kleren aan EN met slaapzak in de ronde kring zit. Brrrrrr.
Ik ben met alles aan mijn bivakzak ingeschoven. Ik hoopte misschien wat noorderlicht te kunnen zien vannacht en dan zou ik alarm slaan. Maar toen ik eenmaal lag, voelde ik spetters in mijn gezicht. Nee, hè! Heb ik weer! Remco en Alfred (die ook buiten wilde slapen) besluiten alsnog een tent op te zoeken. Frank en ik hadden de enige beschikbare waterdichte bivakslaapzakken.  Ik probeer een houding te vinden waarbij de druppels van de bivakzak niet in mijn gezicht vallen, de regen niet kan binnendringen en ik ook nog  wat verse lucht kan inademen. Mission Impossible! Ik voel dat ik op een helling lig en dat geen enkele slaaphouding rust geeft.  Dit is echt afzien. Het gebeurt zelden, maar ik hoop vurig dat het snel weer licht wordt…..

Wereldstatistieken

dag/nachtlicht
mensen op aarde