De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

De officiële weblog van Helga van Leur; gedachtespinsels over Weer, Klimaat, Duurzaamheid & Het leven van alledag!

Helga van Leur

Helga van Leur

 "De betekenis van ons leven ligt in het verschil
       dat we maken in de levens van anderen." 
- Nelson Mandela -
 




Wist U dat ... ?!

Zonnetijd, Kerktorentijd!
 

Wintertijd, zomertijd... Wat is nu tijd? In Afrika zeggen ze:" Jullie hebben de klok, wij de tijd."
Waar komt onze klokkentijd vandaan?

Elk dorp of elke stad kon vroeger zijn werkelijke tijd aflezen aan de stand van de zon. Als deze exact in het zuiden stond dan was het in dat dorp of die stad precies 12.00 uur. Ook op andere tijdstippen en bij bewolkt weer wilde men weten hoe laat het was. De torenklok bracht uitkomst! Grote afstanden werden niet afgelegd dus men had er niet zo’n last van. De tijd in Amsterdam liep daardoor ongeveer een minuut achter op die in Utrecht. Vanaf 1845 kregen gemeenten in Nederland de aanbeveling hun klokken gelijk te zetten aan die van de paleisklok in Amsterdam.
 
Gaandeweg kwamen er meer snellere verbindingen zoals de stoomtrein. In 1880 stelden de Nederlandse Spoorwegen hun dienstregelingen op in Amsterdamse Middelbare Tijd. Die liep 19 minuten en 32 seconden voor op de Greenwich Mean Time (GMT). In 1937 werd hier 20 minuten van gemaakt.
Op 15 mei 1940 maakte het Duitse bezetters bekend dat in Nederland de Duitse tijd zou gaan gelden. Die loopt 40 minuten vooruit op Greenwich Mean Time. Omdat de Duitsers de zomertijd al hadden ingevoerd, werd de klok 1 uur en 40 minuten vooruit gezet.
 
Na 1945 is onze tijd afgestemd op 15 graden oosterlengte, ongeveer bij de grens van Polen en Duitsland. Als nu daar de zon op zijn hoogst staat, zeggen we dat in een groot deel van Europa het 12.00 uur is.
 
Maar hoe verschilt de werkelijke tijd nu op basis van de zon? Een dag duurt ongeveer 24 uur of 1440 minuten, dus één graad verschil is 1440 minuten / 360 graden = 4 minuten. In 4 minuten tijd schuift de zon één lengtegraad op naar het westen.
Het meest oostelijke puntje van NL ligt op 7.216 oosterlengte (Noordoost-Groningen) en het meest westelijke puntje op 3.362 oosterlengte (Zuidwest-Zeeland). Dus is het in Noordoost-Groningen 16 minuten eerder 12 uur dan in Zuidwest-Zeeland! (4 graden x 4 minuten = 16 minuten).
 
Meer over daglengtes vind je hier
En wil je weten hoe laat bij jou de zon opkomt en weer ondergaat? Dit is een leuke site!

 

Wind doet roofvogels wiekelen, Regen kunnen ze niet tegen. 

Langdurige regen is funest voor roofvogels. Zelfs midden in de zomer kunnen torenvalken bijvoorbeeld, het loodje leggen doordat ze niet op jacht kunnen. Ze zijn volledig afhankelijk van hun verenpak en in tegenstelling tot eenden bijvoorbeeld hebben ze geen vet op de veren. In de regen worden ze net als wij doornat. Dan houden ze zich schuil in struiken en hun nest of broedplaats. Vleeseters hebben een hele snelle spijsvertering en hebben dus veel muizen etc. nodig om te kunnen overleven. Zeker in de tijd van het grootbrengen van jongen gaat het niet goed als we dagenlange regen hebben.

Bovendien sporen roofvogels muizen op door sporen van urine in de buurt van muizennesten. Die urine kaatst ultraviolet licht terug en geeft precies aan waar er muizen kunnen zitten. Daar helpt de regen ook niet bij. Dat muizen hoofdzakelijk nachtdieren zijn, is niet geheel waar. Ook overdag zijn ze actief en vooral in de schemering zijn muizenvangers actief. Daarnaast eten roofvogels ook kuikens.

Na perioden van regen zitten torenvalken vaak op een paaltje omdat ze de energie niet meer hebben om te wiekelen. Bidden noemen we dat ook wel. Maar dat is eigenlijk een foute vertaling vanuit het Engels naar het Nederlands.
Wiekelen kost in feite weinig energie en het meeste werk doet de wind. De valk stuur enkel bij. Zo kun je precies zien waar de wind vandaan komt. Buizerds wiekelen ook! Maar dat zie je maar zelden. Ze zijn te zwaar om bij zwakke wind in de lucht te hangen. Pas vanaf windkracht 4 is de wind sterk genoeg om de buizerd in de lucht te houden. Dat doet hij graag in de buurt van houtwallen en bosjes. Een tijd gaat hij wiekelen en jagen en eenmaal beet vliegt de buizerd achter de bossen en haalt daar zijn prooi uit elkaar.

Roofvogels worden ook wel eens stootvogels genoemd. Dat zou vriendelijker klinken. Welke soorten roofvogels in Nederland leven, vind je hier. En als je wilt weten hoe ze eruit zien, klik je hier.
Valken storten zich vanuit de lucht storten neer op een slachtoffer. Buizerds, haviken en sperwers jagen vanuit een hinderlaag vlak boven de grond. Hun slagpennen zijn veel soepeler zodat ze tot ver in struikgewas hun prooi kunnen pakken. Na een aanval zien ze er niet uit, schudden hun veren weer even recht en alles zit weer superglad. Altijd weer mooi om te zien.

Met dank aan Clemens van Rijthoven

Voor de roofvogels is het te hopen dat de Atlantische depressiecarrousel waar we nu inzitten snel tot een einde komt. En dat de Europese Moesson niet weer de hele zomer voort duurt! Voor de 14 daagse regenverwachting ('pluim') klik je hier.


Meer weergerelateerd natuurnieuws lezen? Bijvoorbeeld: 
- "Als de bijen naar huis vluchten, is zwaar onweer aan de luchten"
- Vogels voorspellen het weer
- Bloemen hebben thermostaat
- Kikker gebruikt zonne-energie

Nieuwsgierig? Kijk verder: Hieronder staat het uitgelegd!

"Als de bijen naar huis vluchten, is zwaar onweer aan de luchten"  

Wist je dat bijen vlak voor een onweersbui erg agressief kunnen zijn? Handig om te weten op een mooie zomerdag. Door de bijen te observeren, heb je je weervoorspeller bij de hand!

Waarom reageren bijen op naderend onweer? Bijen halen adem via tracheeën. Dat zijn kanalen die zorgen voor de aan en afvoer van gassen. Die zijn afhankelijk van luchtdruk. Vlak voor een onweersbui daalt de luchtdruk (dat lkun je ook zien bij een donderglas). Dat is voor bijen een verandering. Op elke verandering reageren ze meteen. Ze worden dan min of meer gestresst. Lopen er mensen in de buurt dan steken ze sneller.
Ook voor geuren zijn ze erg gevoelig. Ze reageren op vreemde luchtjes zoals shampoo, eau de cologne of parfum. Ook de geur van alcohol kan de agressie van bijen opwekken, net als een overdadige transpiratielucht.

Bijen hebben overigens een belangrijke functie in de natuur. Honingbijen leveren was en honing. Daarnaast vliegt de bij van bloem naar bloem bij het verzamelen van nectar en stuifmeel. Een deel van het stuifmeel blijft hierbij aan het behaarde lichaam en de pootjes kleven en zorgt voor de bestuiving van een volgende bloem. Doordat bijen 'bloemvast' zijn, ze vliegen op de bloemen van één plantensoort zolang daar voedsel te halen is, zijn ze uitermate geschikt voor de bestuiving van appel, peer, pruim en kers, maar ook voor bramen, aardbeien en bessen. Vooral in kassen moeten bijen ingezet worden voor de bestuiving van paprika en tomaten en bij de zaadteelt. De toegevoegde waarde van land- en tuinbouwgewassen als gevolg van de bestuiving door honingbijen wordt geschat op ongeveer 18 miljoen euro per jaar. De honingopbrengst vertegenwoordigt een waarde van 4,5 miljoen euro.

Hoe zie je het verschil tussen honingbijen, hommels en wespen?
* Hommels zijn de meestal donker gekleurde, dikke, behaarde zoemers die in de zomer van bloem tot bloem vliegen.
* Wespen zijn overwegend geel met een zwarte tekening op het slanke, onbehaarde achterlijf en zijn herkenbaar aan de duidelijk zichtbare ‘wespentaille’. Ze komen vooral in de nazomer in grote aantallen voor en zijn tijdens hun zoektocht naar alles wat zoet is veel hinderlijker dan hommels en honingbijen.
* Bijen zijn kleiner dan hommels, ook donker gekleurd, soms met lichtere strepen, licht behaard en vrij schuw. Zolang zij voedsel in de bloemen kunnen vinden, komen zij niet op zoetigheid af, maar beperken zich tot bloemen.

Met dank aan Clemens van Rijthoven

Extra informatie:
Als je meer wilt weten wat het verschil is tussen een bij, wesp of hommel, klik dan hier.
Wat te doen als je dan toch gestoken bent? Klik hier voor meer informatie!
Wil je meer weten over onweer: kijk van bij deze site van het KNMI. Het plaatje hieronder is het gemiddeld aantal dagen met onweer per jaar (in de periode 1971-2000). Bron: KNMI
Alvast fijne zomer toegewenst!

 

Vogels voorspellen het weer!

In het voorjaar fluiten vogels volop. Hoe hoger de toon, hoe meer trillingen. Door deze eigenschap is precies aan te wijzen waar het geluid vandaan komt. En dat is nu exact wat de vogels willen. De mannetjes bakenen daarmee hun territorium af. Vogels zitten graag op hoge punten om zo hun gebied te verdedigen. Vooral de zanglijster doet dit zeer uitbundig.

Vogels luisteren ook naar elkaar en kunnen heel goed imiteren. Dus hebben vogels een ‘dialect’. Aan hun zang is goed te horen welke andere vogels er in de buurt leven. Zo heeft een merel die in een bos rondvliegt een andere zang dan een stadsmerel. Met name spreeuwen zijn meesters in imiteren. Maar ook koolmezen zetten de argeloze wandelaar op het verkeerde pad. Ze kunnen feilloos de fitis imiteren en ook de tjiftjaf. En zo worden waarnemers gewoon voor de gek gehouden.

Het weer speelt ook een rol bij het fluiten van vogels. Met name merels en lijsters, maar ook vinken zingen bij de komst van regen veel scheller en harder. Waarschijnlijk speelt de luchtvochtigheid een rol. Ook de koekoek en de specht reageren op naderende regen. “Op de koekoekroep overdag, volgt vaak een regenslag.” En: “Als de specht lacht, hij regen verwacht.” Het zijn met name de groene spechten die dit doen.

Er is wel een uitzondering in de vogelwereld en dat is de roerdomp. Een reigersoort die zich graag schuilhoudt in het riet. Deze reigersoort brengt een heel laag “hoemp” geluid voort. Samen met zijn perfecte schutkleur is de vogel bijna niet te ontdekken. Want lage geluiden kennen geen duidelijke richting en dus is de veroorzaker nauwelijks te traceren.
Een vogeltje met een wel hele mooie trukendoos is de boomklever. Die hangt graag ondersteboven met zijn kop opgericht aan een boomstam. Zijn zang kaatst voor een deel tegen de ronde boomstam en gaat zo alle kanten uit. Je hoort hem wel en zelfs al sta je er dichtbij, dan nog heb je nauwelijks in de gaten waar hij zit. Dolby surround is in de vogelwereld al jaren bekend.

Met dank aan Clemens van Rijthoven
Klik hier voor de audio van diverse vogels!
Meer weergerelateerd natuurnieuws lezen? Klik op:

 

Lente = Bloesem 🌷

Over een paar warme dagen is het weer zover: de sleedoorn gaat bloeien. In het voorjaar tellen temperaturen boven nul mee om bomen struiken, maar ook bolgewassen in bloei te krijgen. Krijgen we nu een paar hele zachte dagen, dan gaat dat proces heel snel. Een mooie en onmisbare struik is de sleedoorn. De zwarte stengeltjes worden in het voorjaar al snel warm door het licht van de zon. En nog vóór het blad eraan komt komen de eerste witte bloempjes al uit. Heel nuttig voor de honingbijen natuurlijk en ook voor de wilde solitaire bijen. Deze soort staat in Nederland onder druk en is bedreigd. De sleedoorn met zijn scherpe stekels is een ideaal nestplaatsje voor wat kleinere vogeltjes. In het dichte blad zijn ze nauwelijks te vinden. Later, in het najaar, verschijnen er een soort mini-pruimpjes aan. De bessen zijn eetbaar maar zijn gruwelijk zuur met een droge nasmaak. Niet voor niets is de volksnaam van deze struik “bekkentrekker”. Deze vruchten moeten ingekookt worden met geleisuiker en dan krijg je een heerlijke jam. Dus het hele jaar door is deze struik een nuttige metgezel in de tuin. Beginnend met een feestelijk boeket van witte bloemetjes.


 










Vogels uit Afrika kunnen elk moment binnenwaaien.

De vogels zingen overal uit volle borst. Binnenkort wordt Nederland weer overspoeld door Afrikagangers. Kleine zangvogeltjes zoals de fitis en de tjif-tjaf die zijn eigen naam noemt. Ook zwaluwen komen, zij het wat langzamer terug. Veel mensen vragen zich af hoe het toch mogelijk is dat deze heel kleine vogeltjes toch zover kunnen vliegen. Het antwoord is eigenlijk logisch. Deze vogeltjes vliegen met de wind mee. Als de straalstroom uit een zuidelijke of zuidwestelijke richting waait brengt die luchtstroom ook de vogeltjes met zich mee. Ze vliegen niet zo heel hoog. Een bijkomend voordeel is ook dat de warme lucht de vogeltjes begeleidt naar noordelijke streken. Dit fenomeen noemt men stuwtrek. Dat is ook exact de reden waarom vogelliefhebbers zo verbaasd zijn door het overspoelen van de vele zangvogeltjes in een keer. Ze kwamen gewoon met de wind mee. Slim bekeken. 

Met dank aan Clemens van Rijthoven
 

Bloemen hebben een thermostaat!

De lente is de tijd van de eerste bloemen! Veel van die bloemen blijken een thermostaat te hebben. Hoe warmer de grond wordt door het zonlicht hoe verder de bloemen gaan openstaan. Dat direct zonlicht op de bloem geen rol speelt kunnen we zien als we tulpen in een warme kamer zetten. Ook deze gaan dan wijd open staan. Wat is dan de functie van de thermostaat? Het voorkomt dat de geurende nectar te veel verdampt. Om zolang mogelijk te profiteren van de geur om insecten aan te trekken gaan bij afkoeling de bloemblaadjes dicht en verdampt de nectar niet meer. Is het warm dan zou door de komvorm van de bloem de temperatuur in de bloem te hoog kunnen worden. Daarom neemt de druk van de cellen aan de binnenkant van de bloemblaadjes toe en klappen de bloemen ver open. Hoe warmer het aardoppervlak hoe verder de bloemen openklappen. Zo blijft in het voorjaar, waarbij de temperatuur juist rond deze tijd flink kan variëren op een dag, de temperatuur in de bloem constant. Insecten vliegen nauwelijks beneden de 12 graden. Maar in het voorjaar kan het aan het aardoppervlak al aardig opwarmen. Kijk je goed,  dan zie je ook de meeste insecten vlak boven de grond vliegen zoals bij deze winterakonieten op het eiland van Nederhemert. Op de foto zijn de akonieten al wel in bloei maar het was te koud. Dan vliegt er geen insect rond en gaat er geen nectar verloren.

Met dank aan Clemens van Rijthoven
 

Kikker gebruikt zonne-energie

In het voorjaar leggen bruine kikkers hun eieren in ondiep water. Zo gauw de eitjes in het water bevrucht zijn zwelt het omhulsel op en vormt zo een lensje om het zwarte eitje. Kikkers hebben ondiepe poelen nodig die in de zon liggen.Vooral aan de kanten warmt het water door zonlicht snel op. In dat warme water liggen de glazige omhulseltjes wat wij kikkerdril noemen. Rondom elk eitje zit dus een vergrootglas (dril) wat het zonlicht nog extra bundelt en dus extra warmte oplevert voor het eitje. Het brandpunt ligt vóór het eitje zodat de het eitje precies de goede temperatuur heeft. Van groot belang is de constante temperatuur het uitkomen van de eitjes. Het kikkerdril is dan ook in staat om de warmte die overdag opgeslagen is in de nacht vast te houden. In de vroege morgen kan kikkerdril nog makkelijk boven de 20 graden uitkomen. De dikkopjes komen pas uit als het echte vorstgevaar verdwenen is. In het begin blijven zij ook als een kluwen bij elkaar zitten en profiteren zo ook van de zonlicht op hun zwarte huid. Zo blijven ze warm.
Het is toch heel bijzonder dat slechts één miljardste deel van al het zonlicht op de aarde valt en dat het ene zonnestraaltje dan ook nog eens zorgt voor een optimale temperatuur voor het uitkomen van de kikkereitjes!


Met dank aan Clemens van Rijthoven

Kikkerdril

Wereldstatistieken

dag/nachtlicht
mensen op aarde